Waternet

Over de geopolitiek van waterschaarste

Het IsraŽlisch-Palestijnse waterconflict

Een overzicht

door Stefan Deconinck

In 2007 werd de 40ste verjaardag herdacht van de verovering door IsraŽl van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, na 6 dagen oorlog met Egypte, SyriŽ en JordaniŽ. Deze twee stukken land kennen we nu als 'de Palestijnse Gebieden'. Na 40 jaar duren oorlog en bezetting daar nog steeds verder. De controle over water speelt daar een belangrijke rol in.

De achtergrond: waterschaarste

Het gebied tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan, IsraŽl en Palestina, telt momenteel bijna 10,5 miljoen inwoners. Voor hun dagelijks leven, in het huishouden, voor landbouw en industrie, voor sport en recreatie, hebben ze ieder jaar 2,1 miljard m≥ water beschikbaar, goed voor een gemiddelde consumptie van 202 m≥ per persoon. Dat is ontzettend weinig, vergeleken met de waterconsumptie zoals wij die kennen in West-Europa. Maar ze kunnen ook moeilijk meer water gebruiken omdat hun land nu eenmaal door klimatologische en geografische omstandigheden over weinig watervoorraden beschikt. In het bijna-woestijnklimaat regent het alleen maar 's winters in de hoger gelegen gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in Galilea. Veel rivieren zijn er niet; de Jordaan is de belangrijkste stroom, en die stelt n vergelijking met andere rivieren in het Midden-Oosten, zoals de Nijl, de Eufraat en de Tigris nauwelijks iets voor. Nu al wordt bijna al het water gebruikt dat beschikbaar is in de rivieren of in de ondergrond, en veel meer extra watervoorraden zijn er niet. We kunnen dus stellen dat de bewoners van dit gebied moeten leven in een situatie van zeer extreme waterschaarste. Als het goed beheerd zou worden en er op een verstandige wijze mee zou worden omgesprongen, zouden IsraŽli's en Palestijnen met dit water toch een vrij normaal leven kunnen leiden. Jammer genoeg is dat niet het geval. Een van de redenen is de ongelijke verdeling van het water.

Watervoorraden: de Jordaan en de aquifers

Voor IsraŽl, de Palestijnse gebieden en JordaniŽ is de rivier de Jordaan de belangrijkste watervoorraad, waarvan het stroomgebied zich ook uitstrekt over een deel van SyriŽ en een zuidelijk puntje van Libanon.

bovenloop van de JordaanDe belangrijkste bronrivieren aan de bovenloop zijn de Hasbani, Dan en Baniyas.
Enkel de bron van de Dan bevindt zich binnen de grenzen van IsraŽl. De Hasbani ontspringt in Libanon, en de Baniyas is afkomstig van de Golanhoogte, Syrisch grondgebied dat sinds de oorlog van 1967 door IsraŽl wordt bezet. Deze drie bronrivieren komen samen in IsraŽl en vormen de bovenloop van de Jordaan.
De rivier stroomt dan in zuidelijke richting het meer van Galilea in, en zet ten zuiden van Tiberias zijn tocht voort. Ter hoogte van het drielandenpunt van IsraŽl, SyriŽ en JordaniŽ mondt een andere zijrivier, de Jarmoek, in de Jordaan uit, en wordt het debiet van de rivier zo goed als verdubbeld; het water van de Jarmoek is volledig afkomstig uit SyriŽ en JordaniŽ.
Nog verder naar het zuiden stroomt de Jordaan langs de bezette Palestijnse Westelijke Jordaanoever, en samen met water afkomstig van kleine bronnen en neerslag verdwijnt de Jordaan in de Dode Zee, het zoutste meer en het diepste punt op aarde.

Een andere belangrijke voorraad van drinkwater voor IsraŽl en de Palestijnen is de bergaquifer, een waterhoudend geologisch systeem dat voor het grootste deel onder de heuvels van de Westelijke Jordaanoever is gelegen. De aquifer wordt gevoed door regenwater dat de bodem binnendringt en in het poreuze gesteente een bepaalde tijd wordt opgeslagen. Binnen deze gesteentelaag stroomt het water traag in de richting van de kust (westelijke aquifer), Galilea (noordoostelijke aquifer) en de Jordaan (oostelijke aquifer). Ook dit water houdt zich niet aan de politieke grenzen die de mens door het land heeft getrokken. Hoewel de aquifer jaarlijks tijdens de wintermaanden wordt aangevuld met water dat voornamelijk op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever valt, stroomt het meeste water ondergronds onder de Groene Lijn door (de bestandslijn die de grens aangeeft tussen IsraŽl en de Bezette Gebieden), IsraŽl binnen - buiten bereik van de Palestijnen die het water enkel kunnen gebruiken als ze putten boren en het water oppompen.

bergqaquifer De natuurlijke hoeveelheid water van de Jordaan en de bergaquifer wordt grondig beÔnvloed door menselijk ingrijpen. Regenwater wordt opgevangen in reservoirs, zodat het de bodem niet meer kan binnendringen om de aquifer aan te vullen. In IsraŽl, JordaniŽ en SyriŽ wordt met behulp van dammen bijkomende opslagcapaciteit gecreŽerd, of wordt de natuurlijke loop van rivieren omgeleid door kanalen en pijpleidingen. Er wordt water verbruikt bij de irrigatie van gewassen, of om huishoudens en industrie van (drink)water te voorzien. En vanzelfsprekend is ook hier het water dat stroomopwaarts wordt verbruikt niet meer beschikbaar voor degenen die stroomafwaarts datzelfde water nodig hebben.

Water en bezetting

De gemiddelde waterconsumptie van 202 m≥ die we in de inleiding vernoemden, weerspiegelt niet de realiteit op het terrein. In werkelijkheid houdt IsraŽl meer dan 95% van de gemeenschappelijke watervoorraad voor zich, en blijft er voor de Palestijnen maar een goede 235 miljoen m≥ water over. Dit heeft te maken met de geopolitieke situatie in het gebied: door de bezetting sinds 1967 van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever en de Syrische Golanhoogte aan de bovenloop van de Jordaan, is IsraŽl erin geslaagd om de belangrijkste watervoorraden onder controle te krijgen. Het IsraŽlische bezettingsleger stelde meteen een nieuw waterregime in en de watervoorraden vielen vanaf dat moment onder de IsraŽlische waterwetgeving van 1959. Daardoor werd het water tot IsraŽlisch publiek bezit verklaard, dat "ingezet kan worden voor de behoeften van de inwoners en de ontwikkeling van het land", om de waterwet van 1959 te citeren. Op die manier installeerde IsraŽl een gecentraliseerde controle, die in 1982 werd voltooid wanneer het waterbeheer werd overgedragen aan de IsraŽlische nationale watermaatschappij Mekorot.

Waar is de Jordaan gebleven?
IsraŽl pompt via de National Water Carrier, een groot kanalen- en pijpleidingensysteem, zoveel mogelijk zuiver water vanuit de bovenloop van de Jordaan om naar het zuiden van het land waar vruchtbare grond is maar weinig water. Eens de Jordaan het Meer van Galilea verlaat, blijft er dus maar weinig bruikbaars over voor de Palestijnen. Op hun beurt zorgen JordaniŽ en SyriŽ ervoor dat ze maximaal profiteren van het water van de Jarmoek voordat deze in de Jordaan uitmondt - of met andere woorden binnen de IsraŽlische invloedssfeer komt. Wat voor de Palestijnen overblijft is een vuile modderstroom die nog nauwelijks de naam rivier waardig is; de IsraŽlische oud-premier Peres zei daarom dat er in de Jordaan meer geschiedenis te vinden is dan water. Het resultaat is dat de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever niets meer aan de rivier hebben. Ook de Dode Zee ondervindt hiervan de gevolgen en droogt steeds verder uit door het gebrek aan toevoer van nieuw Jordaanwater; naar de mogelijke ecologische gevolgen is het voorlopig nog gissen, maar de toestand die toch denken aan het lot van het Aralmeer in Centraal-AziŽ.

Het gevolg was dat het Palestijnse waterverbruik drastisch werd beperkt. Op de Palestijnse putten en bronnen werden meters geplaatst om de waterconsumptie te beperken; de Palestijnen mogen van de IsraŽlische bezetter nu bijna geen water meer oppompen uit de bergaquifer onder de Westelijke Jordaanoever, hun belangrijkste watervoorraad. Er werd een vergunningensysteem ingevoerd voor de bouw van nieuwe of de modernisering van bestaande pompinstallaties - vergunningen die in de overgrote meerderheid van de gevallen zonder mogelijkheid tot beroep door de militaire commandanten werden geweigerd of ingetrokken. Omdat de Jordaanvallei is afgesloten door het IsraŽlische leger kunnen ze ook niet bij het water van de Jordaan. IsraŽl, JordaniŽ en SyriŽ gebruiken bovendien zoveel Jordaanwater stroomopwaarts dat er voor de Palestijnen stroomafwaarts niets meer overblijft (zie inzet rechts).

Geen water, geen toekomst

De gevolgen van de bezettingspolitiek zijn duidelijk merkbaar. De Palestijnse bevolking is sinds 1967 meer dan verdubbeld, maar na bijna 40 jaar bezetting is de hoeveelheid water die ze mogen gebruiken nauwelijks toegenomen. Omdat het grootste deel van de Palestijnse samenleving leefde van de opbrengsten uit de landbouw, vormde de waterputten letterlijk een levensader voor het land. Maar sinds de bezetting bepaalt het IsraŽlische leger wat de Palestijnen met hun water kunnen doen, met alle gevolgen van dien voor de bevolking.

In deze strategie past het ook dat de Palestijnse landbouw wordt geviseerd, niet enkel als economische sector die concurreert met de IsraŽlische maar ook als belangrijke consument van water. Met een politiek van stelselmatige inbeslagname van grond en vernietiging van boomgaarden en gewassen probeert IsraŽl de ontwikkeling van de Palestijnse landbouw zoveel mogelijk te hinderen. Voor de aanplant van nieuwe fruitbomen moeten in B- en C-gebieden nog steeds vergunningen worden aangevraagd aan de IsraŽlische militaire commandanten. Dit is een procedure die jaren in beslag kan nemen, met een achteruitgang van het aantal gewassen, fruitbomen en boomgaarden tot gevolg. Ongeveer een derde van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever werd tot militair gebied verklaard en Palestijnen kregen daardoor geen toegang meer tot hun landbouwgronden die in deze zones liggen. De stukken grond die tot 'staatsgrond' zijn verklaard mogen niet meer bewerkt mogen worden door Palestijnse boeren, wel door IsraŽlische. Ook voor de aanleg van steeds meer IsraŽlische wegen wordt (landbouw)grond in beslag genomen. Rond deze wegen bestaat ook een perimeter van 75 meter waarbinnen alles wat 'illegaal' is (d.w.z.: alles dat niet van joden is), wordt platgebuldozerd. Zelfs eeuwenoude cisternen, ondergrondse artificiŽle waterreservoirs die soms nog dateren uit de tijd van de Romeinen, worden 'illegaal' wanneer het IsraŽlische leger of een nederzetting grond in de buurt in beslag neemt.

Een nieuwe evolutie is het instellen van natuurreservaten (zoals in het Wye River akkoord), waarin vanzelfsprekend ook geen Palestijnse landbouwactiviteiten mogen plaatsvinden. Sinds 1967 heeft IsraŽl op die manier de helft van de grond in de Bezette Gebieden aan de Palestijnse bewoners ontnomen; alleen al de nederzettingen bezetten momenteel meer dan 40% van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever.

Daardoor gaat het steeds slechter met de Palestijnse boeren en hebben veel families hun bron van inkomsten verloren, ook al omdat het IsraŽlische leger en de joodse nederzettingen veel vruchtbare landbouwgrond (en waterputten) in beslag hebben genomen. Ook de bouw van de Muur heeft gevolgen voor de Palestijnse waterbevoorrading, omdat een kwart van de Palestijnse waterputten die gebruikt worden voor landbouw nu achter deze versperring komen te liggen.

In de Palestijnse huizen komt er vaak dagenlang geen water uit de kraan omdat de IsraŽliŽrs de waterleidingen van dorpen en steden afsluiten. Voor alledaagse dingen zoals koken moeten de mensen dan water halen bij de tankwagen van een waterverkoper, voor de was moeten ze wachten tot er weer eens wat water over is. Dit zijn mensonterende toestanden, omdat deze waterschaarste hier geen gevolg is van een natuurfenomeen maar bewust wordt veroorzaakt. Het water is er wel, maar wordt doorgepompt naar de joodse nederzettingen bovenop de heuvels, waar de zwembaden gevuld zijn en de bloemperken iedere dag worden gesproeid. Volgens cijfers van de IsraŽlische overheid krijgen joodse kolonisten in Bezet Gebied jaarlijks meer dan 380m≥ water, dat zwaar wordt gesubsidieerd: het kost hen minder dan $0,3 per m≥. Ten koste van de Palestijnen, die onder de bezetting herleid zijn tot een derdewereld samenleving; in de stad Ramallah moet er nu al $1,30 betaald worden voor een kubieke meter drinkwater. De situatie is het ernstigst in de Gazastrook, waar de ondergrondse watervoorraad door overconsumptie en vervuiling zo sterk is aangetast, dat 80% van het drinkwater eigenlijk te ongezond is om te gebruiken; omdat de mensen geen alternatief hebben, moeten ze er wel van drinken, met alle gevolgen van dien.

IsraŽlisch waterbeleid is schending van internationaal humanitair recht

De IsraŽlische waterpolitiek in de Bezette Gebieden wordt niet enkel gecontesteerd door de Palestijnen zelf. Een deel van de internationale gemeenschap grijpt het internationaal recht aan om het IsraŽlische beleid in de Bezette Gebieden te veroordelen. Een voorbeeld daarvan is resolutie 1803 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin het algmene principe van 'permanente soevereiniteit over natuurlijke grondstoffen' wordt bevestigd. Op deze wijze wordt getracht om de rechten van de lokale bevolking - in dit geval de Palestijnen - onder een vreemde bezetting te vrijwaren. Ook het akkoord over economische, sociale en culturele rechten, aangenomen door de VN in 1966 en geratificeerd door IsraŽl, vermeldt dat 'alle volkeren kunnen, voor hun eigen gebruik, vrijelijk beschikken over hun natuurlijke rijkdommen en voorraden. (Ö) In geen enkel geval mag een volk haar bestaansmiddelen worden ontnomen'. Op basis van de Haagse Conventie van 1907 en de Vierde Conventie van GenŤve inzake de bescherming van burgers in oorlogstijd, veroordeelde de Algemene Vergadering van de VN in 1983 het IsraŽlische waterbeleid in de bezette Palestijnse Gebieden en Golanhoogte. Volgens de Algemene Vergadering moet de bezettende mogendheid in navolging van deze Conventies zelfs een redelijke vergoeding betalen voor de middelen die gebruikt zijn om de bezettingsmacht in stand te houden, en op geen enkele wijze mogen middelen uit bezette gebieden gebruikt worden om de economie van de bezettende mogendheid vooruit te helpen.

Zionisme, de ideologie van de Grote Dorst

Waarom heeft IsraŽl dan zoveel water nodig?
Een antwoord op deze vraag vinden we in de zionistische ideologie, waarin de joden die het racistische en anti-semitische Europa ontvluchten in Palestina werken aan een nieuwe samenleving.
In de zionistische ontstaansmythe staat landbouw centraal, omdat joodse immigranten door het werk met de handen een nieuwe band krijgen met hun 'Beloofde Land' ze de 'woestijn laten bloeien'. Hiervoor is veel water nodig, en de geschiedenis van de joodse immigratie en kolonisatie loopt parallel met de aanleg van waterleidingen. Het bekendste voorbeeld is de National Water Carrier, het grote netwerk van kanalen en pijpleidingen dat water van de Jordaan van het noorden van het land naar de Negev-woestijn in het zuiden transporteert om er nieuwe landbouwgrond te ontginnen. Levi Eshkol, een premier van IsraŽl en mede-oprichter van de nationale watermaatschappij Mekorot, noemde water daarom "het bloed dat stroomt in de aderen van de natie". Dit is een krachtig beeld, dat blijft doorleven tot vandaag, want ook nu zijn de IsraŽlische politici ervan overtuigd dat enkel een 'groen' land nieuwe immigranten kan aantrekken en onderhouden.
En het moet gezegd: de technologieŽn die IsraŽl heeft ontwikkeld om zelfs met weinig water comfortabel te leven, zijn ongeŽvenaard. Maar toch gaat vandaag nog steeds meer dan de helft van het beschikbare drinkwater naar de landbouw, terwijl deze sector niet meer dan 2% van de economische productie oplevert. Dit is de prijs van het Zionisme: onder andere de vele tonnen sinaasappelen, aardappels, bananen, aardbeien en bloembollen die IsraŽl kweekt en uitvoert naar West-Europa vormen de Grote Dorst van een land dat beweert met grote waterschaarste te kampen en daarvoor zelfs het water van de Palestijnse buren voor nodig heeft. Vandaar dat de IsraŽlische waterpolitiek in de Bezette Gebieden erop gericht is om de negatieve gevolgen van de waterschaarste zoveel mogelijk af te wentelen op de Palestijnse landbouw en de Palestijnse gezinnen. Hoe minder de Palestijnen kunnen opdoen, hoe meer voordelen voor IsraŽl. En omdat controle over water zo nauw verbonden is met controle over het land, is IsraŽl om zijn Grote Dorst te stillen daarom ook verplicht om het Palestijnse gebied te blijven bezetten.
Via ideologie wordt 'water' zo een onderdeel van het conflict.


Thematische fiches:

Statistische gegevens:

IsraŽl Palestina
Inwoners (2005) 6.624.000 (*) 3.762.000 (**)
Verwachte bevolking in 2015 8.292.400 5.091.314
Huidige jaarlijkse waterconsumptie 1.860 miljoen m≥ 235 miljoen m≥
Gemiddelde waterconsumptie per persoon 281 m≥ per jaar of 769 liter per dag 62 m≥ per jaar of 171 liter per dag
Huishoudelijke consumptie 128 m≥ per jaar voor een joodse IsraŽliŽr, een Palestijnse IsraŽliŽr krijgt maar 47 m≥ 39 m≥ per jaar
(*) Inwoners van IsraŽl binnen de Groene Lijn en joodse kolonisten in de Bezette Gebieden
(**) Palestijnen in de Bezette Gebieden: Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Oost-Jeruzalem